5. Kiezen en stemmen Afdrukken
Als je 18 of ouder en Nederlander bent, mag stemmen.
Om te mogen stemmen heb je een stempas nodig
en een identiteitsbewijs dat niet langer dan 5 jaar is verlopen.
Je stempas krijg je enkele weken voor de verkiezingen met de post. 
Een identiteitsbewijs is je paspoort, je identiteitskaart
of je rijbewijs.
Met de stempas mag je in elk stemlokaal in je gemeente stemmen.
Je moet natuurlijk ook een identiteitsbewijs meebrengen.
Elk stemlokaal is open van half 8 ’s ochtends tot ’s avonds 9 uur.
Soms kun je niet zelf stemmen, omdat je op vakantie of ziek bent. Vraag dan of iemand voor jou wil stemmen.
Op de achterkant van de stempas staat hoe dat kan.
Met de post krijg je ook een kandidatenlijst.
Daar staan de partijen op en de namen van de mensen waarop je kunt stemmen.
Je kunt zo thuis al bekijken op wie je wilt stemmen.
Als je door een lichamelijke beperking moeite hebt met stemmen,
mag je hulp vragen in het stemhokje.
In het stemlokaal geef de stempas en je identiteitsbewijs
aan de mensen die achter een tafel zitten.
Zij controleren of je mag stemmen en geven je dan een stembiljet.
Op het stembiljet staan rijen met namen van de kandidaten.
Boven elke rij staat de naam van de partij.
Neem het stembiljet mee naar het stemhokje en vul het daar in.